Thema’s
Reclame en voorlichting
De Code stelt regels met betrekking tot reclame voor diergeneesmiddelen en veterinaire verzorgingsproducten. Er gelden twee basisnormen die als volgt kunnen worden samengevat:
- een verbod tot misleiding bij de aanprijzing van veterinaire producten;
- een verplichting om ervoor te zorgen dat de aanprijzing in overeenstemming is met de waarheid en de algemeen geldende normen van goede smaak en fatsoen.
Daarnaast gelden aanvullende regels voor diergeneesmiddelenreclame, zoals het verbod om publieksreclame te maken voor recept-diergeneesmiddelen en de verplichting dat reclame in overeenstemming is met de wettelijke toelating.
Op grond van de Verordening diergeneesmiddelen 2019/6 is reclame voor recept-diergeneesmiddelen uitsluitend toegestaan richting de dierenarts en houders van een kleinhandelsvergunning. Het is daarnaast toegestaan reclame te maken voor immunologische diergeneesmiddelen richting professionele dierhouders.
Het is verboden reclame te maken voor recept-diergeneesmiddelen richting het publiek. Het is echter niet verboden om het publiek voorlichting te geven over recept-diergeneesmiddelen. Doorslaggevend voor het onderscheid tussen reclame en informatie is het aanprijzende karakter van een uiting. Een aantal factoren speelt daarbij een rol. De vraag of een uiting als informatie dan wel als reclame moet worden beschouwd, dient van geval tot geval te worden beoordeeld. Buiten discussie staat dat de vier in de Code (artikel 1.2) genoemde gevallen waar de Code niet van toepassing is, in ieder geval als informatie moeten worden gekwalificeerd. In de Code worden in de “Nadere voorwaarden” voor toegestane publieksinformatie voor receptplichtige diergeneesmiddelen aanvullende eisen gesteld waar de voorlichting aan moet beantwoorden.
Positie paraveterinair
Positie paraveterinair en andere betrokken personen
Bepaalde personen mogen op grond van de wet beroepsmatig diergeneesmiddelen toepassen en daarmee feitelijk afleveren. Dit betreft de volgende personen:
- dierenartsenassistent paraveterinair (art. 3.1 Besluit diergeneeskundigen);
- embryotransplanteur en/of -winner (art. 3.6 Besluit diergeneeskundigen);
- dierenartsen in opleiding (art. 3.12 Besluit diergeneeskundigen);
- dierverloskundige (art. 7.4 Besluit diergeneeskundigen); en
- castreurs (art. 7.5 Besluit diergeneeskundigen).
De wettelijke bevoegdheid geldt uitsluitend wanneer de toepassing van het diergeneesmiddel wordt uitgevoerd op aanwijzing en onder controle van een dierenarts (artikelen 3.2, 3.7 en 3.12 Besluit diergeneeskundigen) of wanneer de bevoegdheid is beperkt tot diergeneesmiddelen die noodzakelijk zijn in relatie tot een specifieke ingreep (art. 7.4 lid 2 onderdeel c en art. 7.5 lid 2 onderdeel c Besluit diergeneeskundigen).
Met inachtneming van deze beperkingen is reclame voor receptplichtige diergeneesmiddelen richting deze personen toegestaan indien deze op aanwijzing of onder controle van de dierenarts plaatsvindt. Dit betekent dat de reclame zich niet specifiek mag richten op deze personen, maar dat zij wel kennis mogen nemen van reclame die op de dierenarts is gericht wanneer dit op aanwijzing van of onder controle van de dierenarts gebeurt.
Dit betekent bijvoorbeeld dat advertenties voor receptplichtige diergeneesmiddelen kunnen worden geplaatst in vakbladen die zijn bestemd voor dierenartsen en paraveterinairen en de andere betrokken personen. Paraveterinairen kunnen toegang krijgen tot het inloggedeelte op websites met diergeneesmiddelenreclame wanneer de dierenarts waarvoor de paraveterinair werkt, daarmee instemt. Ook reclamemailings (direct mail) kunnen naar het e-mailadres van de dierenartsenpraktijk worden gestuurd of kunnen paraveterinairen materiaal ontvangen van dierenartsbezoekers, ervan uitgaande dat dit plaatsvindt op aanwijzing of onder controle van de dierenarts.
Er mag geen aanprijzing van receptplichtige diergeneesmiddelen plaatsvinden in publicaties die hoofdzakelijk op een van de betrokken doelgroepen is gericht en niet op de praktiserende dierenarts, bijvoorbeeld een studentenalmanak. Dan kan worden volstaan met advertenties over het diergeneesmiddelenbedrijf, zonder dat er direct of indirect reclame wordt gemaakt voor een receptplichig diergeneesmiddel.
Voor vakbeurzen en congressen betekent dit dat in geval van een gemengde doelgroep van dierenartsen en paraveterinairen en andere betrokken personen, de paraveterinairen kennis mogen nemen van de reclame voor receptplichtige diergeneesmiddelen op of in de standruimte van bedrijven, ervan uitgaande dat de aanwezigheid van de paraveterinair op aanwijzing of onder controle van de dierenarts gebeurt.
Het is verboden reclame te maken voor recept-diergeneesmiddelen richting het publiek. Het is echter niet verboden om het publiek voorlichting te geven over recept-diergeneesmiddelen. Doorslaggevend voor het onderscheid tussen reclame en informatie is het aanprijzende karakter van een uiting. Een aantal factoren speelt daarbij een rol. De vraag of een uiting als informatie dan wel als reclame moet worden beschouwd, dient van geval tot geval te worden beoordeeld. Buiten discussie staat dat de vier in de Code (artikel 1.2) genoemde gevallen waar de Code niet van toepassing is, in ieder geval als informatie moeten worden gekwalificeerd. In de Code worden in de “Nadere voorwaarden” voor toegestane publieksinformatie voor receptplichtige diergeneesmiddelen aanvullende eisen gesteld waar de voorlichting aan moet beantwoorden.
Toetsingskader voor veterinaire gezondheidsproducten
Toetsingskader voor veterinaire gezondheidsproducten voor uitwendig gebruik
Het toetsingskader voor veterinaire gezondheidsproducten voor uitwendig gebruik biedt duidelijkheid over de afbakening tussen gezondheidsproducten en diergeneesmiddelen. Het is ontwikkeld in afstemming met de NVWA, de Keuringsraad/CAVP en het Bureau Diergeneesmiddelen en sluit aan bij Verordening (EU) 2019/6. Het kader ondersteunt aanbieders bij het onderbouwen waarom een product als veterinair gezondheidsproduct op de markt wordt gebracht en niet als diergeneesmiddel kwalificeert.
Aanbieders doorlopen het toetsingskader voor het gezondheidsproduct zelf of via de Keuringsraad en leggen de uitkomsten vast in hun administratie. De NVWA sluit in beginsel aan bij beoordelingen van de Keuringsraad en betrekt de toepassing van het kader vanaf 1 januari 2027 in haar toezicht, met als doel meer duidelijkheid, betere naleving en risicogerichte inzet van toezichtcapaciteit.
De ontwikkeling van het toetsingskader voor veterinaire gezondheidsproducten voor uitwendig gebruik vindt zijn oorsprong in een groeiende behoefte in de praktijk om duidelijkheid te creëren over de juridische status van een brede categorie producten die zich bevindt in het grensgebied tussen gezondheidsproducten en diergeneesmiddelen. De NVWA staat positief tegenover deze ontwikkeling, mits het kader aansluit bij de geldende wettelijke kaders, waaronder Verordening (EU) 2019/6, en relevante aanbevelingen van het Bureau Diergeneesmiddelen worden meegenomen. Ook vanuit betrokken brancheorganisaties, waaronder FIDIN, Dibevo en VDDN, bestaat draagvlak voor deze aanpak.
Het toetsingskader is bedoeld voor alle uitwendig toegepaste producten die als veterinair gezondheidsproduct op de markt worden gebracht. Daarbij kan onder meer worden gedacht aan producten voor huid, vacht, hoeven, poten, oren, uitwendige delen van de mondholte en andere uitwendige toepassingen bij dieren. Juist voor deze categorie bestaat in de praktijk onzekerheid, omdat specifieke en uitgewerkte productwetgeving ontbreekt. Waar diergeneesmiddelen, biociden en diervoeders duidelijk gereguleerd zijn, bestaat voor veterinaire gezondheidsproducten vooral een indirect normenkader, gebaseerd op algemene wet- en regelgeving en interpretaties daarvan. Het toetsingskader beoogt in dit vacuüm te voorzien door een uniforme methodiek te bieden voor de afbakening van deze producten ten opzichte van gereguleerde categorieën.
De totstandkoming van het toetsingskader is nadrukkelijk vormgegeven als een initiatief van zelfregulering binnen de sector, ontwikkeld in samenwerking met brancheorganisaties en afgestemd met de NVWA en het BD. Daarbij is gekozen voor een aanpak waarbij het kader wordt ingebed in het bestaande stelsel van de Code voor de Aanprijzing van Veterinaire Producten (CAVP) en de rol van de Keuringsraad. Deze inbedding maakt het mogelijk om het toetsingskader te laten functioneren binnen reeds bestaande afspraken tussen de NVWA en de Keuringsraad over toezicht op zelfregulering. De juridische basis blijft evenwel de geldende diergeneesmiddelenregelgeving: het toetsingskader vormt geen vervanging van de wettelijke beoordeling of een product een diergeneesmiddel is, maar biedt aanbieders een hulpmiddel om die beoordeling zorgvuldig en controleerbaar vast te leggen.
In dat kader zijn met de NVWA expliciete werkafspraken gemaakt over de toepassing en handhaving van het toetsingskader. Centraal daarin staat dat aanbieders primair zelf verantwoordelijk zijn voor de kwalificatie van hun producten. Voor ieder product met als toepassing voor uitwendig gebruik dat zij in Nederland op de markt brengen, dienen zij het zelftoetsingskader te doorlopen en de uitkomsten daarvan vast te leggen in hun administratie. Het toetsingskader zal bestaan uit een aantal vragen waarmee aanbieders kunnen onderbouwen waarom een product als veterinair gezondheidsproduct op de markt wordt gebracht en niet als diergeneesmiddel kwalificeert. Deze zelftoets kan door het bedrijf zelf worden uitgevoerd, maar ook door de Keuringsraad. Wanneer de Keuringsraad de beoordeling heeft uitgevoerd, zal de NVWA zich in beginsel aansluiten bij de interpretatie van de Keuringsraad. Indien zich een situatie voordoet waarin de NVWA het niet eens is met het oordeel van de Keuringsraad, vindt daarover gezamenlijk overleg plaats. Uitgangspunt is dat het bedrijfsleven op deze beoordeling moet kunnen vertrouwen.
Het toetsingskader is ontworpen als een praktisch en gestructureerd instrument dat aanbieders in staat stelt hun product systematisch te beoordelen. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de bestemming van het product, het uitsluitend uitwendige karakter van de toepassing, het beoogde doel, de samenstelling, de presentatie, de claims en het gebruikskarakter. Van belang is dat het product voldoende onderscheidend vermogen heeft ten opzichte van reeds geregistreerde diergeneesmiddelen en dat geen sprake is van een presentatie of werking waardoor het product onder de definitie van diergeneesmiddel uit Verordening (EU) 2019/6 valt. Producten die qua presentatie, formulering, toepassingswijze of gebruikskarakter sterk overeenkomen met reeds geregistreerde diergeneesmiddelen verdienen extra aandacht. In dergelijke gevallen zal de NVWA in beginsel verlangen dat de beoordeling door de Keuringsraad plaatsvindt. De Keuringsraad zal daarbij, waar nodig, afstemming zoeken met het BD om te waarborgen dat de beoordeling aansluit bij de geldende wettelijke kaders.
Het toetsingskader is per 1 juli 2026 beschikbaar voor de sector en biedt aanbieders de gelegenheid hun producten, documentatie en presentatie tegen het licht te houden en waar nodig aan te passen. Vanaf 1 januari 2027 zal de NVWA bij inspecties aandacht besteden aan de toepassing van het zelftoetsingskader. In de jaarafspraken 2027 is reeds voorzien in een naleefmeting waarbij wordt beoordeeld in hoeverre aanbieders het toetsingskader daadwerkelijk hebben doorlopen en de vereiste onderbouwing beschikbaar hebben. Indien tijdens toezicht blijkt dat een aanbieder geen toetsingskader heeft doorlopen en twijfel bestaat of een product terecht als veterinair gezondheidsproduct wordt aangeboden, kan de NVWA handhavend optreden. De aanbieder krijgt in dergelijke situaties de mogelijkheid om, in afstemming met de inspecteur, alsnog een onafhankelijke beoordeling via de Keuringsraad te laten uitvoeren. De kosten daarvan komen voor rekening van de aanbieder. Indien de aanbieder hiervan afziet, handelt de NVWA overeenkomstig het geldende interventiebeleid.
Aanvraag bij de Keuringsraad
Aanbieders kunnen ervoor kiezen hun product te laten toetsen door de Keuringsraad. Dat ligt in het bijzonder voor de hand wanneer twijfel bestaat over de kwalificatie als veterinair gezondheidsproduct, wanneer een product qua presentatie, formulering, toepassingswijze of gebruikskarakter dicht tegen een geregistreerd diergeneesmiddel aan ligt, of wanneer de aanbieder vooraf meer zekerheid wil over de onderbouwing van de gekozen productkwalificatie.
De aanvraag verloopt in de praktijk als volgt. De aanbieder vult het toetsingskaderformulier volledig in en voegt de relevante onderliggende documentatie toe, zoals informatie over samenstelling, werking en presentatie van het product. Dit formulier vormt de basis voor de beoordeling en kan zowel voor interne zelftoetsing als voor een formele aanvraag worden gebruikt. De indiening vindt plaats per e-mail naar cavp@codeavp.nl.
Na indiening beoordeelt een deskundige van de Keuringsraad het ingevulde formulier en de bijbehorende documentatie. Vooraf wordt aangegeven tegen welk tarief deze beoordeling plaatsvindt. Het gemiddelde tarief voor een volledige beoordeling zal € 600 bedragen; afhankelijke van de kwaliteit en complexiteit van de aanvraag, kan het tarief op basis van nacalculatie variëren. Daarover vindt overleg plaats met de aanvrager.
Op basis van de aangeleverde informatie kan de Keuringsraad een verklaring afgeven over de aannemelijkheid dat het product kwalificeert als veterinair gezondheidsproduct voor uitwendig gebruik. Het oordeel van de Keuringsraad biedt aanbieders belangrijke houvast, omdat dit binnen de werkafspraken met de NVWA in beginsel wordt gevolgd bij toezicht en handhaving. Daarmee ontstaat een praktische route waarin zelfregulering en publiek toezicht elkaar aanvullen: de aanbieder blijft verantwoordelijk voor de productkwalificatie en de onderbouwing daarvan, terwijl de beoordeling door de Keuringsraad bijdraagt aan consistentie, voorspelbaarheid en vertrouwen in de toepassing van het kader.
Vakbladen en vakbeurzen
Om dit principe te kunnen handhaven, hanteert de CAVP een limitatieve lijst van vaktijdschriften en vakbeurzen waarin/op reclame voor immunologische diergeneesmiddelen is toegestaan. Deze lijsten zijn opgenomen als bijlage van de Code. Om aan deze lijsten te kunnen worden toegevoegd, geldt de volgende procedure:
Procedure aanvraag vakblad of –beurs
Uitgevers van tijdschriften en organisatoren van vakbeurzen kunnen hun tijdschrift resp. vakbeurs aanmelden om te worden opgenomen in de lijst van vakbladen respectievelijk vakbeurzen. De aanvraag kan worden ingediend met behulp van bijgaande formulieren. Bij de aanvraag dient tevens de nodige documentatie te worden toegevoegd over doelgroep/abonneebestand en verspreidingsgebied.
Vakbladen
Vakbeurzen
Aanvragen kunnen worden ingediend bij het secretariaat van de CAVP, ondergebracht bij de Keuringsraad:
CAVP
p/a Keuringsraad Koag/Kag
Postbus 9087
1006 AB Amsterdam
T: +31 (0)20 408 06 86
E: cavp@codeavp.nl
Gunstbetoon
De Code stelt regels over financiële relaties tussen dierenartsen en farmaceutische bedrijven, om te voorkomen dat sprake is van oneigenlijke beïnvloeding van het voorschrijfgedrag van dierenartsen (verbod op gunstbetoon). Het zijn regels met betrekking tot het geven van relatiegeschenken, het bieden van gastvrijheid, het sponsoren van nascholing en andere projecten en het verlenen van diensten.
Regels voor het aannemen van relatiegeschenken
Het aannemen van een relatiegeschenk van een leverancier van diergeneesmiddelen is alleen toegestaan onder de volgende voorwaarden:
- Het geschenk is van geringe waarde, en
- Het geschenk is van betekenis voor de beroepsuitoefening (zoals producten die in de diergeneeskundige praktijk kunnen worden toegepast en niet tot de routine praktijkuitgaven behoren of materialen met een informatief of educatief karakter).
De beperking geldt niet voor handelspraktijken inzake prijzen, marges en kortingen. Verder geldt een uitzondering voor productmonsters.
Financiële bijdrage om deel te nemen aan een (nascholings)bijeenkomst
Een dierenarts mag alleen een financiële bijdrage voor deelname aan een bijeenkomst (zoals een congres, symposium of nascholing) van een leverancier van diergeneesmiddelen aannemen als:
- De bijdrage voor zogenaamde gastvrijheidskosten (de reis-, verblijf- en inschrijfkosten) strikt beperkt is tot het hoofddoel (d.w.z. het inhoudelijke programma) van de bijeenkomst. Onder verblijfskosten worden verstaan de kosten van eventuele overnachtingen en lunches, diners.
- De kosten voor gastvrijheid redelijk zijn en sociale of recreatieve activiteiten niet worden betaald door bedrijven.
- De locatie van de bijeenkomst gerechtvaardigd is (zowel de plaats als de faciliteiten).
Wanneer zijn kosten redelijk
De afspraken omtrent de gastvrijheid moeten in een schriftelijke overeenkomst worden vastgelegd: Dit is mogelijk in een bevestigingsbrief
Schriftelijke vastlegging is niet verplicht als de vergoeding is beperkt tot de kosten voor deelname (zoals: eten, drinken en parkeerkosten) aan een door de leverancier zelf georganiseerde bijeenkomst en geen reis- en/of overnachtingskosten worden vergoed.
Sponsoring van een bijeenkomst
Bij sponsoring van de organisator van de bijeenkomst gelden dezelfde regels en maxima voor gastvrijheidskosten per deelnemer (berekend over het aantal deelnemers).
Bij sponsoring van bijeenkomsten zijn geen maximumbedragen van toepassing als de sponsorgelden alleen worden gebruikt voor algemene organisatiekosten (evt. met tegenprestatie, zoals standhuur) en aan de voorwaarden met betrekking tot programma en locatie wordt voldaan.
Regels voor betaling van verlening van diensten aan bedrijven
In opdracht van leveranciers van diergeneesmiddelen kunnen diensten worden verleend door dierenartsen, bijvoorbeeld het geven van advies, het doen van onderzoek of het geven van lezingen. Betaling voor deze diensten is alleen toegestaan als:
- het doel van de dienst van belang is voor de uitoefening van de diergeneeskunde dan wel een legitiem doel heeft en relevant is voor de leverancier.
- de vergoeding (honorarium en onkosten) in een redelijke verhouding staat tot de verrichte werkzaamheden.
- alle afspraken zijn vastgelegd een schriftelijke overeenkomst, waarin de doelstelling en uitvoering van de dienstverlening helder worden omschreven
Sponsoring van een project
Een leverancier van diergeneesmiddelen kan een project sponsoren, mits:
- de ondersteuning uitsluitend betrekking heeft op voor de diergeneeskundige zorg, innovatieve en/of kwaliteitsverbeterende en/of wetenschappelijke bevorderende activiteiten en/of een algemeen nut beogend doel;
- de ondersteuning plaatsvindt aan een rechtspersoon;
- de bijdrage in verhouding staat tot het beoogde doel van het project;
- de bijdrage niet leidt tot de verplichting bepaalde diergeneesmiddelen voor te schrijven of aan te prijzen;
- de afspraken worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst.
Transparantie
Dierenartsen en veterinair-farmaceutische bedrijven werken samen in het belang van een goede diergeneeskundige zorg. Door transparant te zijn over de onderlinge samenwerking, wordt het publiek in staat gesteld kennis te nemen of sprake is van een samenwerking en desgewenst daarover een nadere toelichting te vragen.
De transparantieverplichting betreft samenwerkingen op het gebied van sponsoring en dienstverlening, waarbij het jaarlijks betaalde bedrag de € 500 overschrijdt. De financiële relaties worden jaarlijks achteraf gepubliceerd in het Transparantieregister Zorg.
Op grond van de Code, dienen de betrokken financiële relaties schriftelijk te worden vastgelegd. De Gedragsregels openbaarmaking financiële relaties verplichten partijen ertoe ook de transparantieverplichtingen op te nemen in de betrokken overeenkomst. De modellen hiervoor zijn te vinden op de website.
Aanbod diergeneesmiddelen op internet
Aanbod van diergeneesmiddelen op internet en het verbod op publieksreclame voor voorschriftplichtige diergeneesmiddelen
Inleiding
Het internet speelt een steeds grotere rol in de informatievoorziening en distributie van diergeneesmiddelen. Dierhouders oriënteren zich online, dierenartsen communiceren digitaal met cliënten en webshops maken hun assortiment via websites zichtbaar. Tegelijkertijd geldt voor de verkoop van diergeneesmiddelen een strikt juridisch kader, in het bijzonder waar het diergeneesmiddelen betreft waarvoor een voorschrift van een dierenarts is vereist. Voor deze diergeneesmiddelen geldt dat er geen reclame mag worden gemaakt richting het algemene publiek. De vraag wanneer online aanbod en prijsinformatie van een voorschriftplichtig diergeneesmiddel nog als informatief kan worden beschouwd, en wanneer dit omslaat in verboden reclame, is juridisch relevant en in de praktijk vaak lastig te beantwoorden.
Hieronder wordt nader uitleg van het wettelijk kader en van de randvoorwaarden om voorschriftplichtige diergeneesmiddelen op internet aan te bieden.
Wettelijk kader
Voor diergeneesmiddelen geldt sinds 28 januari 2022 de Verordening (EU) 2019/6. Deze verordening bevat onder meer regels over het aanbieden en het reclame maken voor diergeneesmiddelen. Diergeneesmiddelen mogen alleen online worden aangeboden als de aanbieder zich heeft aangemeld bij het register internethandel van het Bureau Diergeneesmiddelen en zich houdt aan de Gebruikersvoorwaarden internethandel diergeneesmiddelen, waaronder het gebruik van het hier afgebeelde logo. Daarnaast moet de aanbieder in bepaalde gevallen ook een kleinhandelsvergunning hebben, namelijk als er andere diergeneesmiddelen worden aangeboden dan vrije middelen voor gezelschapsdieren.
Diergeneesmiddelen die zonder diergeneeskundig voorschrift mogen worden verstrekt (kanalisatiestatus VRIJ), mogen via internet worden aangeboden, waarbij er ook onder voorwaarden reclame mag worden gemaakt voor deze diergeneesmiddelen richting het publiek. Dat geldt niet voor voorschriftplichtige diergeneesmiddelen. Binnen Nederland mogen alleen voorschriftplichtige diergeneesmiddelen met kanalisatiestatus URA online worden aangeboden; dat geldt dus niet voor de UDA en UDD middelen. Voor alle voorschriftplichtige diergeneesmiddelen mag alleen reclame worden gemaakt richting dierenartsen en apothekers en is publieksreclame verboden. Alleen voor vaccins mag onder voorwaarden reclame worden gemaakt richting professionele dierhouders.
De wettelijke regels rond diergeneesmiddelenreclame zijn door de betrokken marktpartijen nader uitgewerkt in zelfregulering, meer specifiek in de Code voor de aanprijzing van veterinaire producten. Op deze code houden de Keuringsraad en de Commissie aanprijzing veterinaire producten (CAVP) toezicht. De NVWA en de Keuringsraad hebben werkafspraken over het algemene toezicht op diergeneesmiddelenreclame.
Online aanbod van voorschriftplichtige diergeneesmiddelen: wat mag wél?
Het maken van reclame voor voorschriftplichtige diergeneesmiddelen richting het publiek is niet toegestaan, het informeren (voorlichten) wel. Het is in beginsel toegestaan om online:
- te vermelden dat een voorschriftplichtig diergeneesmiddel bestaat;
- de naam van het diergeneesmiddel te noemen;
- aan te geven dat het diergeneesmiddel uitsluitend op voorschrift van een dierenarts verkrijgbaar is;
- algemene, neutrale identificerende informatie op te nemen (bijvoorbeeld werkzame stof, farmaceutische vorm), mits niet aanprijzend.
De rode draad is dat de informatie zuiver feitelijk en terughoudend moet zijn en geen prikkel mag bevatten tot zelfstandig gebruik of aankoop.
Het afbeelden van een verpakking van een voorschriftplichtig diergeneesmiddel is juridisch gevoelig. In een commerciële context (bijvoorbeeld op de website van een dierenarts of webshop) wordt een verpakkingsafbeelding al snel gezien als productpresentatie en daarmee als reclame (i.e. een uiting ter bevordering van het leveren, verspreiden, verkopen, voorschrijven of gebruiken van een diergeneesmiddel). Dat geldt met name wanneer de afbeelding gecombineerd wordt met prijsinformatie. Prijsinformatie wordt door de wetgever, toezichthouders en rechtspraak gezien als een zelfstandige economische prikkel. Het noemen van een prijs:
- nodigt uit tot vergelijking;
- beïnvloedt keuze- en koopgedrag;
- kan rationeel en verantwoord gebruik ondermijnen.
Daarom wordt prijsinformatie bij voorschriftplichtige diergeneesmiddelen vrijwel altijd als reclame beschouwd wanneer deze wordt getoond aan het algemene publiek. De enige uitzondering daarop betreft een neutrale prijslijst of verkoopcatalogus waarbij geen andere inhoudelijke informatie over diergeneesmiddelen wordt gegeven.