Filter uitspraken

Sorteren

  • De CAVP heeft in 2014 uitspraak gedaan in een procedure tussen 2 veterinair-farmaceutische bedrijven. Het betrof de vraag of bepaalde materialen voor de wachtkamer van de dierenartspraktijk moesten worden aangemerkt als publieksreclame voor een recept-diergeneesmiddel, dat op grond van de Code is verboden. De CAVP oordeelt dat hiervan sprake is, ook al werd in de materialen geen merknaam van het diergeneesmiddel genoemd. De materialen zijn echter vormgegeven in dezelfde stijl als van de display en verpakking van het betrokken diergeneesmiddel, met weergave van de gepatenteerde applicator. Verder bevatten de materialen wervende teksten die verder gaan dan noodzakelijk voor een awareness voorlichtingscampagne. Het bedrijf dient de campagne verder te staken en de dierenartsen erop te wijzen dat zij de materialen uit de wachtkamer dienen te halen.

  • Deze zaak betrof een aanprijzing van claims op een website en in een advertentie over een diergeneesmiddel geïndiceerd ter behandeling van teken, zandvliegen en muggen.

    De kern van de klacht is gericht tegen het gebruik van de claim “afwerende werking tegen teken, zandvliegjes en muggen waardoor deze parasieten niet steken of bijten”. De klager stelde dat de afwerende en voorkomende werking als zodanig niet is vermeld in de SPC.

    De CAVP stelt vast dat de gevoerde claims niet in strijd zijn met de SPC en dus geen sprake is van een misleiding. De klacht wordt niet gegrond verklaard.

  • Bij de CAVP werd in januari 2006 een klacht ingediend door een firma die een product voert dat wordt voorgeschreven ter behandeling van symptomatische mitralisklep insufficiëntie bij de hond. De klacht richtte zich tegen een door een leverancier van een concurrerend product aan gezelschapdierenartsen toegestuurde mailing. De klagende partij eist stopzetting van de mailing, vernietiging van het materiaal en een schriftelijke rectificatie met excuses. In verweer stelt de aangeklaagde partij o.a. dat men aan een inmiddels uitgegane mailing (over een ander onderwerp) een aparte paragraaf heeft toegevoegd waarin wordt gewaarschuwd dat de eerdere mailing niet bedoeld was om het eigen product voor a-symptomatische toediening aan te bevelen. De klagende partij verwerpt het verweer en acht met name de waarschuwende paragraaf in de nieuwe mailing een onvoldoende rectificatie.

    De CAVP acht de (verscholen) rectificatie in een latere mailing onvoldoende om het eerdere misleidende effect ongedaan te maken. De CAVP veroordeelt de aangeklaagde partij er toe om de gewraakte mailing te beëindigen; om een (gespecificeerde) rectificatie te sturen aan de gezelschapdierenartsen; om de zelfde rectificatie daar te publiceren waar advertenties of mededelingen zijn geplaatst met de zelfde strekking als die van de gewraakte mailing en om de kosten van de procedure te betalen.

    Deze zaak kreeg een vervolg in de maanden april t/m juni doordat de aangeklaagde partij, naar het oordeel van de CAVP niet voldeed aan de uitgesproken veroordeling. In een brief van 7 april 2006 heeft de CAVP dit niet nakomen aan het bestuur van de FIDIN voorgelegd. Dit heeft in juni uiteindelijk geresulteerd in een duidelijke rectificatie die voor beide partijen acceptabel was.