Filter uitspraken

Sorteren

  • De CAVP heeft in 2014 uitspraak gedaan in een procedure tussen 2 veterinair-farmaceutische bedrijven. Het betrof de vraag of bepaalde materialen voor de wachtkamer van de dierenartspraktijk moesten worden aangemerkt als publieksreclame voor een recept-diergeneesmiddel, dat op grond van de Code is verboden. De CAVP oordeelt dat hiervan sprake is, ook al werd in de materialen geen merknaam van het diergeneesmiddel genoemd. De materialen zijn echter vormgegeven in dezelfde stijl als van de display en verpakking van het betrokken diergeneesmiddel, met weergave van de gepatenteerde applicator. Verder bevatten de materialen wervende teksten die verder gaan dan noodzakelijk voor een awareness voorlichtingscampagne. Het bedrijf dient de campagne verder te staken en de dierenartsen erop te wijzen dat zij de materialen uit de wachtkamer dienen te halen.

  • In zaak 2013-1 betrof de klacht het gebruik van een stopteken in een advertentie, de uiting dat het vaccin complete immuniteit biedt en de uiting dat het vaccin een optimale bescherming biedt. De Commissie acht het gebruik van het stopteken en de uiting van optimale bescherming toelaatbaar, maar oordeelt dat de claim van complete immuniteit duidt op 100% bescherming, die het betrokken vaccin niet beidt. Deze laatste claim is derhalve misleidend. Als maatregel acht de Commissie voldoende dat de claim in de toekomst niet meer wordt gebruikt. Het terughalen van de brochure of het plaatsen van een rectificatie worden als te verstrekkend geoordeeld.

  • In zaak 2013-2 maakte een veterinair-farmaceutisch bedrijf bezwaar tegen de claim in de brochure dat een volvirus antigenen een betere immunogeniteit bieden dan antigenen die slechts bestaan uit delen van een virus. De Commissie acht deze klacht gegrond. Een bevel tot het sturen van een rectificatiebrief acht de Commissie een te verstrekkende maatregel, gezien de houdbaarheid van de brochure.

  • Aan de CAVP werd in oktober 2005 een klacht voorgelegd over een advertentie waarin de stabiliteit van het aangeprezen product -een via drinkwater of melk toe te dienen antibacterieel middel- werd vergeleken met de stabiliteit van een geanonimiseerd concurrerend product, aangeduid als “merk X”.

    De klager stelde allereerst dat met het product “merk X”, onmiskenbaar zijn product wordt bedoeld, hetgeen door de aangeklaagde adverterende partij niet werd ontkend. Vervolgens ging de klagende partij in op de stabiliteitsvergelijkingen

    De klagende partij eiste stopzetting van de advertentie en rectificatie in de bladen waarin deze is verschenen.

    De uitspraak van de CAVP luidde dat de klacht over de vergelijking van de houdbaarheidstermijnen in water en melk moet worden afgewezen. De weergegeven termijnen zijn n.l. conform de registratiebeschikkingen. De klacht over de houdbaarheid in brijvoer werd toegewezen omdat de Registratiebeschikking geen melding maakt van deze wijze van toediening.

    De CAVP veroordeelde de aangeklaagde partij tot onmiddellijke stopzetting van de vermelding van brijvoer in de advertentie.