Filter uitspraken

Sorteren

  • De Commissie heeft geoordeeld dat verschillende promotionele uitingen voor een diergeneesmiddel op onderdelen in strijd waren met de toepasselijke reclamecode voor veterinaire producten. Volgens de uitspraak waren met name diverse claims over werkzaamheid, veiligheid en selectiviteit onvoldoende onderbouwd of in de context van de totale uiting misleidend. De klacht is daarom grotendeels gegrond verklaard en de betreffende uitingen moeten met onmiddellijke ingang worden gestaakt. Daarnaast is een proceskostenveroordeling uitgesproken, terwijl enkele aanvullende verzoeken zijn afgewezen.

  • Deze zaak betrof een geschil tussen twee farmaceutische bedrijven over uitingen betreffende een diergeneesmiddel voor honden in twee tijdschriften. De CAVP oordeelde dat de uitingen in strijd zijn met de artikelen 3.2, 5.1, 5.2 en 5.6 van de Code en heeft daarmee de klager in het gelijk gesteld. Artikel 5.6 van de Code bepaalt dat vergelijkende reclame niet nodeloos denigrerend dient te zijn. De uitingen die in strijd waren met de hiervoor genoemde artikelen moesten met onmiddellijke ingang worden gestaakt. Het verzoek om te bevelen de volledige uitspraak ongeanonimiseerd te (laten) publiceren in het Tijdschrift voor Diergeneeskunde werd niet gehonoreerd.

  • Het betrof hier een geschil tussen twee farmaceutische bedrijven over uitingen betreffende een vaccin voor varkens in een advertentie en een brochure. De CAVP oordeelde dat de uitingen in strijd zijn met de artikelen 3.2, 5.1 en 5.6 van de Code en daarmee is de klager in het gelijk gesteld.

  • Deze zaak betrof een geschil tussen twee farmaceutische bedrijven over uitingen van vaccins voor honden en katten. Bij een vaccinatiepakket dat werd verspreid onder dierenartsen zaten adviesvaccinatieschema’s die volgens de klager reclame-uitingen waren en strijdig met de SPC’s van de vaccins. De CAVP is tot het oordeel gekomen dat geen sprake was van louter informatief neutraal vormgegeven informatie die uitsluitend in antwoord op een rechtstreeks verzoek van een dierenarts wordt verstrekt en heeft bevestigd dat de SPC leidend is bij de beoordeling van aanprijzingen. De klacht van de klager is grotendeels gegrond verklaard. De uitingen die in strijd waren met de artikelen 3.1, 3.2, 5.1 en 5.2 van de Code moesten met onmiddellijke ingang worden gestaakt. De rectificatie die door de klager werd gevorderd werd niet door de Commissie gehonoreerd.