Filter uitspraken

Sorteren

  • Deze zaak betrof een aanprijzing van een antibioticum in een brochure en een website, gericht op de professionele dierhouder. De strekking van de aanprijzing was de aandacht te vestigen op de schade die de dierhouder lijdt als hij het antibioticum niet gebruikte en de winst die hij zou maken (door de besparing van voerkosten) als hij het middel wel zou inzetten in zijn bedrijf. Verder bevatte de aanprijzing een prijsvraag waarbij onder meer 5 ton voer en kaartjes voor een pretpark konden worden gewonnen. De klacht tegen de aanprijzing was dat deze aanzet tot overmatig gebruik.

    Ten aanzien van de prijsvraag stelt de CAVP vast dat deze op zichzelf bezien geen direct verband hield met de promotie van het antibioticum. Aan de prijsvraag kon ook worden deelgenomen zonder dat het antibioticum werd voorgeschreven. Wat betreft de inhoud van de aanprijzing stelt de CAVP vast dat deze eenzijdig en vrijwel uitsluitend is gericht op het economische voordeel en niet op de klinische effectiviteit van het antibioticum. Door dit eenzijdige promotionele karakter, gaat van de aanprijzing een puur economisch “pull” effect op de dierhouder uit dat kan leiden tot overmatig gebruik. Op grond daarvan oordeelde de CAVP de reclamecampagne in strijd met artikel 4.3 van de Code.

  • Deze zaak betrof een geschil tussen twee farmaceutische bedrijven over uitingen betreffende een diergeneesmiddel voor honden in twee tijdschriften. De CAVP oordeelde dat de uitingen in strijd zijn met de artikelen 3.2, 5.1, 5.2 en 5.6 van de Code en heeft daarmee de klager in het gelijk gesteld. Artikel 5.6 van de Code bepaalt dat vergelijkende reclame niet nodeloos denigrerend dient te zijn. De uitingen die in strijd waren met de hiervoor genoemde artikelen moesten met onmiddellijke ingang worden gestaakt. Het verzoek om te bevelen de volledige uitspraak ongeanonimiseerd te (laten) publiceren in het Tijdschrift voor Diergeneeskunde werd niet gehonoreerd.

  • Het betrof hier een geschil tussen twee farmaceutische bedrijven over uitingen betreffende een vaccin voor varkens in een advertentie en een brochure. De CAVP oordeelde dat de uitingen in strijd zijn met de artikelen 3.2, 5.1 en 5.6 van de Code en daarmee is de klager in het gelijk gesteld.

  • In zaak 2022-01 oordeelde de CAVP dat een promotionele uiting over een generiek diergeneesmiddel vergelijkende reclame is en misleidend is, door het gebruik van de woorden “nieuw” (de generieke behandeling was niet nieuw) en de woorden “op verantwoorde wijze” in combinatie met de claim dat door de coating van het diergeneesmiddel de dierenarts niet in direct contact komt met de werkzame stof; uit de waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften in de SPC blijkt niet dat door de coating het toepassen van het diergeneesmiddel veiliger of meer verantwoord is voor de dierenarts.