Filter uitspraken
Sorteren
Deze zaak betrof een aanprijzing van claims in een mailing, op een website, in een infoblad en in een advertentie over een diergeneesmiddel geïndiceerd ter behandeling van teken. De kern van de klacht is gericht tegen het gebruik van de claim “weert teken af en voorkomt een tekenbeet”. De klager stelde dat de afwerende en voorkomende werking als zodanig niet is vermeld in de SPC.
De CAVP stelt vast dat bepaalde claims in strijd zijn met de SPC. De klacht tegen de in de mailing gebruikte claim “weert teken af en voorkomt een tekenbeet” wordt door de commissie niet gegrond verklaard. De betreffende claim wordt weliswaar niet letterlijk in de SPC vermeld, maar wordt voldoende gedekt door het begrip “preventie” dat wel in de SPC voorkomt. Dat geldt niet voor de claims met de strekking dat teken de werkzame stof als onprettig ervaren en snel van de hond afvallen. De SPC dekt niet een dergelijke claim van een “repellent” effect. Op grond daarvan oordeelde de CAVP de klacht gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond.
Deze zaak had betrekking op een Technical Bulletin en een brochure voor dierenspeciaalzaakhouders, die in het algemeen de kennis ontbeert om wetenschappelijke verhandelingen voldoende kritisch te interpreteren. De klager is van mening dat de uitingen misleidend en suggestief zijn en daarmee in strijd met de Code. Tijdens de procedure is de Technical Bulletin al aangepast door de beklaagde. De ingediende klacht stelde dat een aantal conclusies niet relevant zijn voor de Nederlandse markt en de verwijzing naar het onderzoek daardoor misleidend is.
De CAVP stelt vast dat de gebruikte claims voor de Nederlandse markt misleidend zijn, aangezien deze niet worden gedekt door de Nederlandse registraties en daardoor in strijd zijn met de SPC. Daarmee is de aanprijzing in strijd met artikel 5.1 van de Code.
Deze zaak betrof een aanprijzing op een website en een dvd voor diergeneesmiddelen die zijn geïndiceerd voor de bestrijding van vlooien. De klacht richtte zich op het feit dat op de website claims werden aangeprezen die niet in overeenstemming zijn met de SPC. Verder richtte de klacht zich tegen het gebruik van superlatieven, in casu de term “supersnel”. Tenslotte werd gesteld dat de dvd ten onrechte geen bijsluitertekst bevatte.
Het verweer dat de claims werden onderbouwd door aanvullende wetenschappelijke studies, werd door de CAVP afgewezen. De Code stelt dat gebezigde claims in overeenstemming dienen te zijn met de SPC, ook indien wetenschappelijke literatuur andere inzichten geeft. Op grond daarvan werd de aanprijzing in strijd geacht met de Code. Het gebruik van superlatieven of andere overdrijvingen betreft geen algeheel verbod. In beginsel kan het gebruik van het woord ‘supersnel’ als een geoorloofde overdrijving worden aangemerkt. In het onderhavige geval acht de CAVP, gelet op de context, het gebruik van deze term echter misleidend. Tenslotte het feit dat de dvd geen bijsluitertekst bevat overeenkomstig artikel 5.4 van de Code. Verweerder gaf aan dat de verplichting van artikel 5.4 om de bijsluitertekst te vermelden alleen geldt voor schriftelijke aanprijzingen. De CAVP overwoog dat de tekst op de hoes van de dvd alsmede het dvd-schijfje zelf weldegelijk schriftelijke aanprijzingen betreffen die moeten voldoen aan artikel 5.4 van de Code. De CAVP voegde hier aan toe dat artikel 5.4 ook betrekking zou moeten hebben op aanprijzingen in beeld en geluid zoals op een dvd. Dit punt zal in de evaluatie worden meegenomen met de FIDIN en de KNMvD.
Deze zaak had betrekking op een aanprijzing, bestaande uit een brochure en begeleidende brief, voor een diergeneesmiddel dat is geïndiceerd voor de vermindering van de symptomen van chronisch hartlijden bij honden, veroorzaakt door DCM of hartklepinsufficiëntie. De ingediende klacht stelde dat een aantal claims onvoldoende waren onderbouwd, dat studies waarnaar werd verwezen niet toegankelijk waren en dat ten onrechte niet naar de meest actuele studies werd verwezen.
De CAVP stelt vast dat bepaalde claims inderdaad in strijd zijn met de SPC, waarmee de aanprijzing in strijd is met artikel 5.1 van de Code. Verder stelt de CAVP vast dat de aanprijzer verplicht is om op verzoek de geciteerde studies die niet eenvoudig toegankelijk zijn, aan de verzoeker te sturen, waarmee de verzoeker de juistheid van de aanprijzing kan verifiëren. Vertrouwelijkheid van eventuele studies speelt daarbij geen rol; dan moet de aanprijzer deze studies maar niet gebruiken. Het overleggen van een samenvatting is niet voldoende. Ten aanzien van de klacht dat de aanprijzing niet verwees naar de meest actuele studies stelt de CAVP dat de Code niet de verplichting oplegt om aan alle (mogelijke) relevante studie te refereren, zolang de geciteerde studies maar wel de actuele stand van wetenschap en techniek weergeven, zoals artikel 5.2 van de Code verlangt. In het onderhavige geval waren de geciteerde studies onvoldoende representatief.
Deze zaak betrof een aanprijzing van een antibioticum in een brochure en een website, gericht op de professionele dierhouder. De strekking van de aanprijzing was de aandacht te vestigen op de schade die de dierhouder lijdt als hij het antibioticum niet gebruikte en de winst die hij zou maken (door de besparing van voerkosten) als hij het middel wel zou inzetten in zijn bedrijf. Verder bevatte de aanprijzing een prijsvraag waarbij onder meer 5 ton voer en kaartjes voor een pretpark konden worden gewonnen. De klacht tegen de aanprijzing was dat deze aanzet tot overmatig gebruik.
Ten aanzien van de prijsvraag stelt de CAVP vast dat deze op zichzelf bezien geen direct verband hield met de promotie van het antibioticum. Aan de prijsvraag kon ook worden deelgenomen zonder dat het antibioticum werd voorgeschreven. Wat betreft de inhoud van de aanprijzing stelt de CAVP vast dat deze eenzijdig en vrijwel uitsluitend is gericht op het economische voordeel en niet op de klinische effectiviteit van het antibioticum. Door dit eenzijdige promotionele karakter, gaat van de aanprijzing een puur economisch “pull” effect op de dierhouder uit dat kan leiden tot overmatig gebruik. Op grond daarvan oordeelde de CAVP de reclamecampagne in strijd met artikel 4.3 van de Code.