Filter uitspraken

Sorteren

  • De klacht betrof een reclamecampagne voor een ‘dubbeltherapie’ bestaande uit een droogstand-antibioticum en een speenafsluiter. De campagne omvatte een advertorial, advertentie en een belactie, aangekondigd via brieven aan dierenartsen en veehouders.

    De CAVP oordeelde dat de belactie onder de Code viel en dat de uitzonderingen op het verbod op publieksreclame niet limitatief zijn. De klacht dat de belactie de dierenarts buitensloot en tot ondoelmatig gebruik leidde, werd ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs. Ook de klacht over overmatig gebruik werd afgewezen.

    Wel achtte de CAVP de vormgeving van de belactie onzorgvuldig, omdat de dierenarts mogelijk pas achteraf betrokken werd. Ook de brieven voldeden niet aan de eisen van artikel 5.5 van de Code. Klachten over mogelijke wettelijke overtredingen en onvoldoende kennis van callcenter-medewerkers werden afgewezen. De promotionele aard van de actie werd niet als overmatig gebruik gezien, omdat het ging om een introductieaanbod en niet om een pure kortingsactie.

  • In deze zaak was een brochure in het geding die gebruikt werd voor de promotie van een ontstekingsremmend diergeneesmiddel dat ook pijnstillende werking heeft (een zogenaamde Non-Steroidal Anti-Inflammatory Drug’). Partijen kwamen ter zitting reeds overeen dat een tweetal door klager als misleidend gekwalificeerde uitingen, zouden worden aangepast. De CAVP heeft zich over deze klachten daarom niet meer uitgesproken. Een van resterende klachten ten aanzien van de brochure luidde dat deze, kort gezegd, misleidend was wegens het ontbreken van wetenschappelijke onderbouwing. De CAVP heeft dienaangaande overwogen dat aan een reclame-uiting onder omstandigheden niet de eis dient te worden gesteld dat deze wetenschappelijk kan worden onderbouwd. Voorwaarde is wel dat het voor het publiek tot wie de uiting is gericht, duidelijk is dat het daarbij gaat om een aanprijzing en niet om een wetenschappelijke claim met betrekking tot de eigenschappen van het product. Tot deze

    omstandigheden behoren, onder meer, de mate van herkenbaarheid als reclameslogan, de mate van overdrijving en de wijze waarop de aanprijzing is vorm gegeven. In onderhavig geval werd de reclame-uiting zonder meer herkenbaar als een reclameslogan beoordeeld. Dit onderdeel van de klacht werd derhalve als ongegrond beoordeeld. Een hieraan gerelateerde discussie betrof die over de vraag of in een reclame-uiting gericht op dierenartsen alleen naar significantie resultaten mag worden verwezen of dat ook ‘trends’ aangehaald mogen worden. De CAVP heeft dienaangaande allereerst overwogen dat, indien in een aanprijzing gericht op een dierenarts een trend wordt aangehaald, daaraan op grond van de Code niet in zijn algemeenheid de eis kan worden gesteld dat dit steeds expliciet wordt aangegeven. Iedere aanprijzing dient daartoe afzonderlijk te worden beoordeeld en aan de Code te worden getoetst op basis van de omstandigheden van het geval. In onderhavig geval beoordeelde de CAVP de verwijzing naar trends zonder expliciete aanduiding geoorloofd. De klacht werd derhalve ook op dit onderdeel ongegrond verklaard.

  • In april 2007 diende een bedrijf een klacht in bij de CAVP over een reclame voor een concurrerend vaccin tegen Mycoplasma hyopneumoniae bij varkens. De reclame claimde “bescherming van geboorte tot slacht”, wat volgens de klager wetenschappelijk onjuist en misleidend was, en bovendien buiten de geregistreerde indicatie viel. De klager stelde dat dit tot verkeerd gebruik en mogelijk dierenleed kon leiden.

    De aangeklaagde partij verdedigde zich door te stellen dat het ging om een reclameslogan en niet om een wetenschappelijke claim, en dat vaccinatie vanaf de eerste levensweek toegestaan was. De CAVP oordeelde echter dat de reclame feitelijk onjuist was en misleidend, vooral door de suggestie dat de tekst op het etiket wetenschappelijk goedgekeurd was. De klacht werd deels gegrond verklaard en de aangeklaagde moest de advertentie aanpassen. Beide partijen moesten 50% van de procedurekosten dragen.