Filter uitspraken
Sorteren
De CAVP heeft in 2015 uitspraak gedaan in een procedure tussen 2 veterinair-farmaceutische bedrijven. Het betrof de vraag of bepaalde uitingen van een drietal diergeneesmiddelen op internet en YouTube kunnen worden aangemerkt als publieksreclame voor een recept-diergeneesmiddel, dat op grond van de Code is verboden. De CAVP oordeelt dat in de meeste gevallen hiervan sprake is. De totale uiting (tekst, grootte, kleurgebruik, gebruik van beelden, e.d.) speelt een rol of het als aanprijzend kan worden gezien en ook de vermelding van een naam van de adverteerder of de merknaam kan aanprijzend zijn. Het bedrijf dient de uiting met onmiddellijke ingang te staken.
Deze zaak betrof een aanprijzing van een antibioticum in een brochure en een website, gericht op de professionele dierhouder. De strekking van de aanprijzing was de aandacht te vestigen op de schade die de dierhouder lijdt als hij het antibioticum niet gebruikte en de winst die hij zou maken (door de besparing van voerkosten) als hij het middel wel zou inzetten in zijn bedrijf. Verder bevatte de aanprijzing een prijsvraag waarbij onder meer 5 ton voer en kaartjes voor een pretpark konden worden gewonnen. De klacht tegen de aanprijzing was dat deze aanzet tot overmatig gebruik.
Ten aanzien van de prijsvraag stelt de CAVP vast dat deze op zichzelf bezien geen direct verband hield met de promotie van het antibioticum. Aan de prijsvraag kon ook worden deelgenomen zonder dat het antibioticum werd voorgeschreven. Wat betreft de inhoud van de aanprijzing stelt de CAVP vast dat deze eenzijdig en vrijwel uitsluitend is gericht op het economische voordeel en niet op de klinische effectiviteit van het antibioticum. Door dit eenzijdige promotionele karakter, gaat van de aanprijzing een puur economisch “pull” effect op de dierhouder uit dat kan leiden tot overmatig gebruik. Op grond daarvan oordeelde de CAVP de reclamecampagne in strijd met artikel 4.3 van de Code.
In deze zaak was een brochure in het geding die gebruikt werd voor de promotie van een ontstekingsremmend diergeneesmiddel dat ook pijnstillende werking heeft (een zogenaamde Non-Steroidal Anti-Inflammatory Drug’). Partijen kwamen ter zitting reeds overeen dat een tweetal door klager als misleidend gekwalificeerde uitingen, zouden worden aangepast. De CAVP heeft zich over deze klachten daarom niet meer uitgesproken. Een van resterende klachten ten aanzien van de brochure luidde dat deze, kort gezegd, misleidend was wegens het ontbreken van wetenschappelijke onderbouwing. De CAVP heeft dienaangaande overwogen dat aan een reclame-uiting onder omstandigheden niet de eis dient te worden gesteld dat deze wetenschappelijk kan worden onderbouwd. Voorwaarde is wel dat het voor het publiek tot wie de uiting is gericht, duidelijk is dat het daarbij gaat om een aanprijzing en niet om een wetenschappelijke claim met betrekking tot de eigenschappen van het product. Tot deze
omstandigheden behoren, onder meer, de mate van herkenbaarheid als reclameslogan, de mate van overdrijving en de wijze waarop de aanprijzing is vorm gegeven. In onderhavig geval werd de reclame-uiting zonder meer herkenbaar als een reclameslogan beoordeeld. Dit onderdeel van de klacht werd derhalve als ongegrond beoordeeld. Een hieraan gerelateerde discussie betrof die over de vraag of in een reclame-uiting gericht op dierenartsen alleen naar significantie resultaten mag worden verwezen of dat ook ‘trends’ aangehaald mogen worden. De CAVP heeft dienaangaande allereerst overwogen dat, indien in een aanprijzing gericht op een dierenarts een trend wordt aangehaald, daaraan op grond van de Code niet in zijn algemeenheid de eis kan worden gesteld dat dit steeds expliciet wordt aangegeven. Iedere aanprijzing dient daartoe afzonderlijk te worden beoordeeld en aan de Code te worden getoetst op basis van de omstandigheden van het geval. In onderhavig geval beoordeelde de CAVP de verwijzing naar trends zonder expliciete aanduiding geoorloofd. De klacht werd derhalve ook op dit onderdeel ongegrond verklaard.