Filter uitspraken
Sorteren
Deze klacht betrof promotionele uitingen (een brief en 3 folders waarnaar in de brief wordt verwezen) voor diergeneesmiddelen tegen kennelhoest en niesziekte. Op 2 oktober 2008 besliste de CAVP dat de betreffende brief niet slechts als een herinneringsreclame kon worden gekwalificeerd en dat deze daarom moest voldoen aan de eisen van artikel 5.4 van de Code. Hiervoor is voldoende om in een reclame-uiting naar een bijlage te verwijzen waarin de in artikel 5.4 Code voorgeschreven informatie is opgenomen. Is sprake van verschillende bijlagen bij de reclame-uiting, dan moet de vereiste informatie in elk van die bijlagen zijn opgenomen omdat de bijlagen afzonderlijk van elkaar kunnen worden gelezen en verspreid. In casu werd aan dit vereiste niet voldaan, terwijl de folders die als bijlage bij de brief hoorden, naar het oordeel van de CAVP, in strijd waren met het verbod op reclame voor receptgeneesmiddelen richting het publiek (4.1 Code).
De klacht betrof een reclamecampagne voor een ‘dubbeltherapie’ bestaande uit een droogstand-antibioticum en een speenafsluiter. De campagne omvatte een advertorial, advertentie en een belactie, aangekondigd via brieven aan dierenartsen en veehouders.
De CAVP oordeelde dat de belactie onder de Code viel en dat de uitzonderingen op het verbod op publieksreclame niet limitatief zijn. De klacht dat de belactie de dierenarts buitensloot en tot ondoelmatig gebruik leidde, werd ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs. Ook de klacht over overmatig gebruik werd afgewezen.
Wel achtte de CAVP de vormgeving van de belactie onzorgvuldig, omdat de dierenarts mogelijk pas achteraf betrokken werd. Ook de brieven voldeden niet aan de eisen van artikel 5.5 van de Code. Klachten over mogelijke wettelijke overtredingen en onvoldoende kennis van callcenter-medewerkers werden afgewezen. De promotionele aard van de actie werd niet als overmatig gebruik gezien, omdat het ging om een introductieaanbod en niet om een pure kortingsactie.
In deze zaak was een brochure in het geding die gebruikt werd voor de promotie van een ontstekingsremmend diergeneesmiddel dat ook pijnstillende werking heeft (een zogenaamde Non-Steroidal Anti-Inflammatory Drug’). Partijen kwamen ter zitting reeds overeen dat een tweetal door klager als misleidend gekwalificeerde uitingen, zouden worden aangepast. De CAVP heeft zich over deze klachten daarom niet meer uitgesproken. Een van resterende klachten ten aanzien van de brochure luidde dat deze, kort gezegd, misleidend was wegens het ontbreken van wetenschappelijke onderbouwing. De CAVP heeft dienaangaande overwogen dat aan een reclame-uiting onder omstandigheden niet de eis dient te worden gesteld dat deze wetenschappelijk kan worden onderbouwd. Voorwaarde is wel dat het voor het publiek tot wie de uiting is gericht, duidelijk is dat het daarbij gaat om een aanprijzing en niet om een wetenschappelijke claim met betrekking tot de eigenschappen van het product. Tot deze
omstandigheden behoren, onder meer, de mate van herkenbaarheid als reclameslogan, de mate van overdrijving en de wijze waarop de aanprijzing is vorm gegeven. In onderhavig geval werd de reclame-uiting zonder meer herkenbaar als een reclameslogan beoordeeld. Dit onderdeel van de klacht werd derhalve als ongegrond beoordeeld. Een hieraan gerelateerde discussie betrof die over de vraag of in een reclame-uiting gericht op dierenartsen alleen naar significantie resultaten mag worden verwezen of dat ook ‘trends’ aangehaald mogen worden. De CAVP heeft dienaangaande allereerst overwogen dat, indien in een aanprijzing gericht op een dierenarts een trend wordt aangehaald, daaraan op grond van de Code niet in zijn algemeenheid de eis kan worden gesteld dat dit steeds expliciet wordt aangegeven. Iedere aanprijzing dient daartoe afzonderlijk te worden beoordeeld en aan de Code te worden getoetst op basis van de omstandigheden van het geval. In onderhavig geval beoordeelde de CAVP de verwijzing naar trends zonder expliciete aanduiding geoorloofd. De klacht werd derhalve ook op dit onderdeel ongegrond verklaard.
Aan de CAVP werd in oktober 2005 een klacht voorgelegd over een advertentie waarin de stabiliteit van het aangeprezen product -een via drinkwater of melk toe te dienen antibacterieel middel- werd vergeleken met de stabiliteit van een geanonimiseerd concurrerend product, aangeduid als “merk X”.
De klager stelde allereerst dat met het product “merk X”, onmiskenbaar zijn product wordt bedoeld, hetgeen door de aangeklaagde adverterende partij niet werd ontkend. Vervolgens ging de klagende partij in op de stabiliteitsvergelijkingen
De klagende partij eiste stopzetting van de advertentie en rectificatie in de bladen waarin deze is verschenen.
De uitspraak van de CAVP luidde dat de klacht over de vergelijking van de houdbaarheidstermijnen in water en melk moet worden afgewezen. De weergegeven termijnen zijn n.l. conform de registratiebeschikkingen. De klacht over de houdbaarheid in brijvoer werd toegewezen omdat de Registratiebeschikking geen melding maakt van deze wijze van toediening.
De CAVP veroordeelde de aangeklaagde partij tot onmiddellijke stopzetting van de vermelding van brijvoer in de advertentie.
In augustus 2005 ontving de CAVP van een bedrijf de klacht dat een concurrent zijn middel tegen mastitis bij runderen en varkens aanprees met behulp van een vergelijking met een product van de klager zonder een controleerbare bronvermelding.
Desgevraagd weigerde de concurrent het genoemde rapport ter beschikking te stellen De CAVP oordeelde dat bij bronvermeldingen in een aanprijzing sprake moet zijn van openbare algemeen toegankelijke gegevens. Zij komt daarbij tot de conclusie dat als de bronnen een vertrouwelijk karakter hebben, men deze in aanprijzingen niet kan gebruiken. Zéker niet als de aanprijzing vergelijkende reclame bevat.
De CAVP veroordeelde de beklaagde partij tot hetzij afgifte van het volledige bronnen materiaal, het zij stopzetting van het gebruik van de betreffende aanprijzingen.