Filter uitspraken

Sorteren

  • In zaak 2013-1 betrof de klacht het gebruik van een stopteken in een advertentie, de uiting dat het vaccin complete immuniteit biedt en de uiting dat het vaccin een optimale bescherming biedt. De Commissie acht het gebruik van het stopteken en de uiting van optimale bescherming toelaatbaar, maar oordeelt dat de claim van complete immuniteit duidt op 100% bescherming, die het betrokken vaccin niet beidt. Deze laatste claim is derhalve misleidend. Als maatregel acht de Commissie voldoende dat de claim in de toekomst niet meer wordt gebruikt. Het terughalen van de brochure of het plaatsen van een rectificatie worden als te verstrekkend geoordeeld.

  • In zaak 2013-2 maakte een veterinair-farmaceutisch bedrijf bezwaar tegen de claim in de brochure dat een volvirus antigenen een betere immunogeniteit bieden dan antigenen die slechts bestaan uit delen van een virus. De Commissie acht deze klacht gegrond. Een bevel tot het sturen van een rectificatiebrief acht de Commissie een te verstrekkende maatregel, gezien de houdbaarheid van de brochure.

  • Deze klacht betrof promotionele uitingen (een brochure en een verkorte versie daarvan) voor een diergeneesmiddel voor gebruik bij longontsteking van runderen. De CAVP oordeelde allereerst dat het begrip ‘langdurig’ in de context van de brochure, in tegenstelling tot hetgeen klager betoogde, niet misleidend was. Ook van strijdigheid van de brochure met de SPC was naar het oordeel van de CAVP geen sprake. De klacht ten aanzien van de door beklaagde gemaakte vergelijking tussen de onderling concurrerende geneesmiddelen van klager en beklaagde achtte de CAVP wel gegrond. De betreffende klacht richtte zich specifiek tegen de grafische weergave van de door beklaagde zelf berekende procentuele verschillen tussen de betreffende geneesmiddelen, die een centrale plaats innamen in de brochure. De betreffende grafiek gaf volgens het oordeel van de CAVP ten onrechte de indruk dat het diergeneesmiddel van beklaagde aanzienlijk meer effectief is dan het geneesmiddel van klager. Ten onrechte omdat dit niet, althans onvoldoende bleek uit de studie waarop beklaagde zich beriep. De klacht dat de in de brochure gemaakte vergelijking misleidend was, was daarom gegrond. De klacht dat de studie waarop beklaagde een beroep deed niet peer reviewed en niet gepubliceerd was en daarom in strijd was met artikel 5.2 Code heeft de CAVP afgewezen. Onder verwijzing naar eerdere uitspraken van de CAVP bevestigde de CAVP dat een studie waarnaar wordt verwezen niet peer reviewed hoeft te zijn. Van geval tot geval dient beoordeeld te worden of sprake is van een als wetenschappelijk verantwoord te beschouwen werk dat de actuele stand van de wetenschap en techniek weergeeft. De CAVP was tevens van oordeel dat in zijn algemeenheid niet de eis kan worden gesteld dat een studie waarnaar in een aanprijzing wordt verwezen gepubliceerd en openbaar toegankelijk is. Naar het oordeel van de CAVP dient de laatste volzin in de toelichting bij artikel; 5.2 Code als volgt gelezen te worden: ‘De geciteerde werken moeten openbaar zijn of bij de aanprijzer beschikbaar zijn’. Aan het laatste had beklaagde voldaan.